Over Vacansoleil, Ballan en Monseré

Frits Bakker

NOKERE – Voor de ploegbus van Vacansoleil moest Michel Cornelisse even zijn teleurstelling wegslikken. ,,We mogen niet naar Milaan-San Remo, dat is een tegenvaller”, verzuchtte de assistent ploegleider woensdag in Nokere. Hij stelde vast dat zijn ploeg het had verdiend met prachtige optredens in Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico. ,,Ik ben gisternacht teruggekomen van Tirreno, we hebben meegedaan met de topploegen, zijn in het ploegenklassement als achtste geëindigd, nog voor Rabobank. Dan verwacht je toch een wildcard voor Milaan-San Remo.”

Het heeft niet zo mogen zijn, omdat de Italiaanse organisatie een andere voorkeur had. ,,Ik kan zo een paar renners opnoemen die een rol van betekenis hadden kunnen spelen”, verzekert Cornelisse. ,,Ja, ook Johnny Hoogerland misschien, die had in de vorm die hij nu heeft ook de Poggio op kunnen speren en zich in de kijker kunnen rijden.”

Vacansoleil is er niet bij zaterdag in de eerste grote klassieker. Net als Alessandro Ballan, de wereldkampioen, die het vroege voorjaar kan vergeten, omdat hij door een virus minstens drie weken rust moet houden. In het hospitaal in Castelfranco e Veneti, de woonplaats van de Italiaan, is het cytomeglavirus geconstateerd, waar ooit ook Justin Henin door werd geveld. De artsen schrijven de wereldkampioen vijftien tot twintig dagen volledige rust voor.

Hij mist niet alleen Milaan-San Remo, maar daarna ook de voorjaarsklassiekers die hem nog meer op het lijf zijn geschreven: de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Het is, zeggen de doemdenkers, de vloek die altijd rust op de regenboogtrui.

Hoe veel renners zijn er niet geweest die na het winnen van de wereldtitel een jaar lang onzichtbaar in het peloton reden? Johan Museeuw was geen schim meer van de renner die hij in het jaar daarvoor was, Laurent Brochard kon niet omgaan met de druk, David Millar, de supertijdrijder, had een barslecht jaar, Steven Roche reed van de ene tegenslag naar de andere.

Met de legendarische Jempi Monseré liep het nog slechter af. De jonge Belg, die zo verrassend de wereldtitel greep in Leicester in 1970, kwam een jaar later met de regenboogtrui om de schouders om het leven in de Grote Jaarmarktprijs van Retie, toen hij op een tegemoetkomende auto botste. Zijn ploegleider Noël Foré was als eerste bij hem en vertelde later: ,,De renners die hem zagen liggen, dachten dat hij bewusteloos was, ik zag onmiddellijk dat hij dood was.”

Ik zal die dag nooit vergeten, omdat Jempi Monseré, net als ik geboren in 1948, mijn grote idool was. Toen  het fatale ongeluk gebeurd was, zei ik tegen mijn vrouw: of we nemen een hond die ik Jempi noem, of ons eerste kind wil ik naar hem noemen. Het is een bassethound geworden, die we twaalf jaar met veel liefde hebben vertroeteld. En hoewel het een vrouwtje was, hebben we hem Jempi genoemd.

jempi-met-zoon

 

Jempi Monseré, die eerst door zijn vader naar de plaatselijke voetbalclub in Roeselare werd gebracht, was een levenslustige jongeman, die op zijn twintigste trouwde met de zestienjarige Annie Victor en veel vrienden had. Toen hij zijn wielercarrière begon, zag iedereen gelijk dat hij een groot talent was. Hij trok op met generatiegenoten als Eric Leman en zijn latere vriend Roger de Vlaeminck. In 1969 werd hij op het WK voor amateurs in het Tsjechische Brno tweede achter de Deen Leif Mortensen. In datzelfde jaar werd zijn zoontje Giovanni geboren.

jempi2

Monseré tekende in het daaropvolgende jaar een contract bij Flandria en won de Ronde van Lombardije nadat Gerben Karstens de zege was ontnomen door een positieve dopingcontrole. De carrière van de jonge Vlaming leek in een stroomversnelling te komen. Hij werd geselecteerd voor het WK in Leicester en kwam in de finale met Felice Gimondi op kop. De Italiaan, zo wil het verhaal, bood zijn vluchtgenoot 38.000 gulden om te mogen winnen, maar Monseré weigerde, ging zijn eigen kans en reed glorieus naar de overwinning.

 

De overwinning werd tien dagen later overschaduwd door het overlijden van zijn vader Achiel, die hartpatiënt was en geen alcohol mocht drinken, maar na de overwinning van Jempi de nodige biertjes had genuttigd. Tien dagen later overleed hij aan een hartinfarct.

 Het trieste verhaal van Jempi, over wie Robbe de Hert de film ‘De dood van een sandwichman’ heeft gemaakt, is nog niet af. In 1976 kreeg zijn vrouw Anni nog een fatale klap te verwerken. Op zevenjarige leeftijd kwam haar zoontje Giovanni om het leven, toen hij op zijn fietsje werd aangereden door een auto. Hij had het fietsje gekregen van zijn oom Freddy Maertens ter gelegenheid van zijn eerste communie. En toen Freddy die dag een etappe in de Tour de France won, reed Giovanni een rondje door de buurt. Hij botste frontaal op een auto en was op slag dood.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel, Geschiedenis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s