Morgen sfeer proeven op Brugse markt

Frits Bakker

BRUGGE – Wie morgen al een glimp wil opvangen van Erik Dekker, Wilfried Peters, Kim Andersen, Dirk de Wolf, Jef Braeckeveldt en Guido Bontempi, om maar eens een paar ploegleiders van naam en faam te noemen, moet maar eens een kijkje nemen op de Brugse markt. Zo rond drie uur komen ze naar de ploegleidersvergadering van de Ronde van Vlaanderen, moeten ze de definitieve lijst met namen van de renners opgeven en pikken ze meestal nog even een terrasje mee.

Het wordt hartstikke gezellig, da’s nu zal zeker, met een zalig zonnetje, met zicht op al al die monumentale gebouwen en een glas heerlijke Sancerre bij de hand. Het wielervolk mengt zich op de zaterdag al onder al die toeristen, die hun ogen uitkijken naar de glanzende ploegleidersauto’s.

De zaterdag is de dag van de accreditaties, dat wil zeggen: iedereen die zondag meegaat in de Ronde, komt zijn stickers en zijn volgbewijzen ophalen in het Belfort, dat gebouwd is in de twaalfde eeuw. Daar is Harry van den Bremt de perschef die waakt over de journalisten, zorgt dat ze allemaal op hun wenken worden bediend en dat de fotografen hun kazuifel (hesje met een nummer) krijgen, zodat ze vanaf de motor kunnen fotograferen.

Ik volg de Ronde van Vlaanderen, als ik het moet schatten, voor de twintigste keer. En ik heb de enorme chaos zien toenemen onderweg, met toeschouwers die op de Eikenberg, de Molenberg, de Patersberg, de Oude Kwaremont en al die beruchte hellingen als gekken tekeer gaan en nauwelijks een gaatje overlaten voor de renners. Daar moet je dan ook nog met de volgauto door, om maar eens te zeggen hoe gevaarlijk en riskant het is. Wie even zijn concentratie verliest, kan zo maar tegen een roekeloze fan van Tom Boonen oprijden.

Het zal een jaar of vijf geleden zijn dat een Belgische vriend, een prachtige kerel, mij vroeg: mag ik ook eens mee naar de Ronde. En zullen we dan met mijn auto gaan volgen? Hij had pas een nieuwe sportwagen, een Audi TT (of hoe dat ook mag heten) gekocht en wilde wel bekennen dat hij onderweg de blits wilde maken. ,,Jij rijdt”, zei hij, ,,dan kan ik naast je een beetje naar de mensen kijken.”

Toen de koers nog maar net weg was, zag ik zijn hoofd steeds roder worden. Op de kasseienstrook van Wannegem, die vervaarlijk bol ligt in het midden, raakte de onderkant van zijn sportwagen de kinderkopjes. ,,Oei, oei”, riep hij, ,,als dat maar goed komt.” Het schrapende geluid was oorverdovend.

Een paar kilometer verder reden we naast de auto van Cees Priem, die net een fikse ruzie had gehad met Pol Debaerdemaecker, een nogal excentrieke, eigenzinnige rijkaard die als een cowboy door het peloton crosst. Mijn Belgische vriend wist niet wat hij zag: de twee gingen dicht bij elkaar rijden en wilden elkaar vanuit de auto’s te lijf gaan. Het werd nog pijnlijker voor mijn vriend, want toen Priem daarna even naast ons kwam rijden riep hij: wat doe jij met dat kleine rotauto’tje in de koers?

Het ergste moest nog komen: op de Eikenberg hing mijn vriend met zijn arm uit de auto, stoere blik, zwierige glimlach. Hij keek naar het volk en dacht: dit is de dag van mijn leven, als mijn Belgische vrienden me hier zien, gaan ze denken: wat doet den dienen daar in de koers?  Totdat hij er één vanuit de menigte hoorde roepen: daare, moet ge den dienen mee zijn dikke nek en zijn stomme TT’tje zien rijden.

Hij heeft me nooit meer gevraagd om nog eens mee te mogen naar de Ronde van Vlaanderen.

Mijn collega René, die het gekkenhuis in de Tour al kent, maar in de Ronde van Vlaanderen zijn vuurdoop krijgt, gaat zondag de sfeer beschrijven die we onderweg tegenkomen. Hij zal zijn ogen uitkijken, dat weet ik nu al. We komen langs heerlijke supporterscafeetjes, zoals het Jagershoekje, Den Temmen Duvel, D’n Hengst, de Bierpot en nog veel meer van die typisch Vlaamse staminé’s.

Ik ga me zelf maar eens concentreren op de Vacansoleil-ploeg van Hilaire Van Der Schueren en Michel Cornelisse. Niet alleen omdat Johnny Hoogerland er deel van uitmaakt, maar ook omdat de Nederlandse ploeg debuteert in Vlaanderens mooiste. En omdat ik benieuwd ben hoe de ploeg, met de jonge Lieuwe Westra, de oude Aart Vierhouten en kopman Björn Leukemans zich overeind kan houden in het grote werk van kopstukken als Filippo Pozzato, Tom Boonen, Heinrich Haussler, Stijn Devolder en Leif Hoste.

Aart Vierhouten (38) is de routinier in de ploeg van Vacansoleil die de jonge renners de weg moet wijzen in de Vlaamse hel. Foto Karen Overberghe

Aart Vierhouten (38) is de routinier in de ploeg van Vacansoleil die de jonge renners de weg moet wijzen in de Vlaamse hel. Foto Karen Overberghe

En ik hoop natuurlijk vurig dat er ook een Nederland mee vooraan rijdt tot in de finale. Wat mij betreft mag dat Johnny Hoogerland zijn, die gun ik het van harte.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel, Reportage

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s