Johnny rijdt heel de dag vooraan in koninginnerit

Frits Bakker

MIDDELBURG – Ik weet niet of de weblog inspirerend werkt op Johnny Hoogerland, maar het lijkt wel alsof hij met de dag beter gaat rijden in de Route du Sud. Hij belde vanmiddag ook even om te zeggen hoe goed hij zich wel voelde na de etappe die hij gisteren tot koninginnerit had omgedoopt. Mee in de kopgroep, een heerlijk gevoel en alleen op het eind even wat tijd verspeeld op de eerste renners aan de finish.

Zijn vriendin Ilse vertelde hoe trots hij wel niet was. ,,Ik werd tijdens de etappe gebeld door Hilaire, de ploegleider, die vertelde dat Johnny naast hem was komen rijden en dat hij geroepen had: bel m’n vriendin even op dat ik voorin zit.”

Col van johnny

Morgen zit de vierdaagse Franse koers erop en keert Johnny terug naar Nederland om volgend weekend het NK te rijden.

Vandaag in zijn dagboek:

3e etappe Route du Sud, Izaourt-Luchon 182,5 km
 
Vanochtend werd ik wakker en in tegenstelling tot gisteren zag het weer er goed uit. Daardoor was mijn humeur meteen ook veel beter. Het beloofde een enorm zware etappe te worden, met een heel lastig begin (Col des Ares op kilometer 20, Col deu Portet d’Aspet op km 42) en met een heel zware klim in de finale (Port de Bales, 1755 mtr hoog) met de top op 22 kilometer van de aankomst.
 
Bij de start ben ik vooraan gaan staan, omdat ik wilde proberen mee te gaan in een vroege vlucht. Dat is niet zo makkelijk als het lijkt op televisie hoor. In tegenstelling tot wat sommige mensen nog wel eens denken wordt er niet alleen bij de jeugd en amateurs vanaf km 0 ingevlogen, bij de profs is dat zeker niet minder!

Het was gelijk kassa, er werd aan alle kanten aangevallen, ik zat gelijk mee. We waren met veertien man ontsnapt en de kortst geklasseerde stond op 5 minuten van de leider. Daardoor vond de ploeg van de leider het wel best, ook al was de groep wel groot. Van de Franse topploegen Cofidis, Fdesjeux en Agritubel zat niemand mee. Dat zal wel de reden zijn geweest dat ze niet als gekken achter ons aan gingen jagen.

Het verschil schommelde constant tussen de 30 sec en 1 minuut. Na de eerste klim waren we al twee man kwijt. Zo bleven we nog met twaalf man over, daarna was het dalen en wat glooiend tot de voet van de Aspet. De laatste vijf kilometer van deze klim is constant tussen de 8-10% met een paar steilere stukken erin.

Hoewel we alles moesten geven, kreeg ik wel kippenvel toen we het monument van de verongelukte Motorola-renner Fabio Casartelli passeerden (Tour de France 1994).

Op de top hadden we nog maar 30 seconden. We hebben twintig kilometer volle bak moeten rijden, voordat ze achter ons kraakten. De voorsprong liep toen snel weer op naar 4 minuten. Dat bleef het eigenlijk al die tijd wel. Het was belangrijk goed te eten en te drinken in de 60/70km die we nog moesten rijden tot het begin van de laatste col.

Het parkoers was daar ook vrij gemakkelijk. De klim begon na 140 km en was in het begin niet echt lastig, maar de laatste 15 km was gemiddeld een procent of 9. Gelijk reden er drie man er 3 man weg met daarbij ook mijn ploeggenoot Marco Marcato. De voorsprong van ons kopgroepje was toen nog twee minuten.

Zelf probeerde ik meteen in een goed ritme te komen, zodat ik niet volledig in het rood moest gaan en daardoor nog aan zou kunnen aanpikken als de groep met de leider me zou inhalen. Wat er nog over was van de kopgroep, moest bij mij lossen en zodoende reed ik op dat moment alleen. Ik voelde me heel erg goed. Op zes kilometer van de top werd ik inderdaad bijgehaald door de groep van de leider. Ze waren nog met een mannetje of twintig.

Ik kon redelijk makkelijk aanpikken, ook al is dat relatief natuurlijk na al ruim 150km in de aanval te hebben gereden. Op twee  kilometer van de top werd er echt aangevallen en moest ik er dan toch af. Ik bleef gelukkig wel goed draaien en kwam boven met een achterstand van nog geen dertig seconden.

Het was nog 20 kilometer dalen, dat is niet veel, maar dan moet je toch wel terug kunnen komen. Na vijf kilometer zat ik inderdaad weer bijna in het wiel van de eerste groep. Helaas schoot er kramp in mijn beide benen, waardoor ik weer een gat moest laten vallen. Vier renners passeerden mij even later en ik kon ze met moeite volgen, omdat ik steeds het gevoel had dat de kramp er weer in zou schieten.

Uiteindelijk werd ik nog 17e op 1.27 van de winnaar. Op die plaats sta ik nu ook in het algemeen klassement, op iets meer dan negen minuten. Mijn eerste kennismaking met de echte cols verloopt boven verwachting, maar toch was ik ook teleurgesteld vandaag. Het zag er echt naar uit dat ik top tien zou gaan rijden. Dat is helaas niet gelukt.

Mijn ploeg heeft het overigens voortreffelijk gedaan vandaag. Sergey Lagustin werd zesde en staat nu achtste in het klassement. Matteo Carrara werd dertiende, ik zeventiende en Wouter Poels negentiende.

 
Morgen is de laatste etappe, 210km over glooiend terrein zonder echte cols. In het tussensprintklassement sta ik nu tweede, op zes punten van de eerste en er zijn 18 punten te verdienen in de etappe. Ik ga proberen die trui nog te winnen, dat zal niet eenvoudig zijn, maar zeker het proberen waard!!
Groeten en tot morgen weer, Johnny

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s