Column Johnny 13. Klimmersbenen

Ik zou wel eens willen weten wat echte klimmersbenen zijn. En of ik zelf over een paar jaar ook de benen heb om met de besten mee naar boven te rijden. Ik vind Alberto Contador een prachtige klimmer, Marco Pantani was dat ook. Je hebt rasklimmers en klimmers die op de macht rijden. Ik ben er na de twee dagen over de hoogste toppen in de Ronde van Spanje achter gekomen dat ik een klimmer op macht en karakter ben. Zoals Valverde en Evans, maar die staan dan weer wat verder. Robert Gesink is weer wel een echte klimmer.


Michael Boogerd en Leonardo Piepoli zijn ook van die renners met dunne, sterke pootjes, maar als ik Miguel Indurain deze week dan weer zie… Vijf keer de Tour gewonnen en toch niet het prototype van een klimmer hè.
Het verhaal dat de beste klimmers, als ze hun duim en wijsvinger tegen elkaar zetten, rond hun enkel kunnen pakken is onzin. Ik kan het zelfs met mijn duim tegen mijn pink, omdat mijn enkels superdun zijn.
Ik ben nog te onrustig als het omhoog gaat, ik schakel veel, dan sta ik weer op de trappers, dan ga ik weer zitten. Zeker als het zoals gisteren, in het begin van de etappe, niet super gaat. Dan is het niet de echte klimmershouding als je me zo ziet rijden.
Maar ik ga wel lang mee op karakter, da’s toch ook belangrijk. En ik zit nu al op 65 kilo, beter kan niet om te klimmen. Dat voel ik ook hoor. Het is me nog nooit zo gemakkelijk afgegaan. Twaalfde op de ranglijst, ik sta er zelf versteld van.
We hebben het op Sierra Nevada en gisteren naar Sierra de la Pandera wel voor de kiezen gekregen. Zaterdag ben ik geflikt, vind ik zelf. Ik zat nog in die kopgroep met Valverde en Basso toen Evans lek reed. In de paniek werd ik door een jurywagen van de weg gereden, daardoor raakte ik achterop. Vanuit de start voelde ik me gisteren gewoon rot. Het ging niet zo best, maar ik heb me er in de loop van de rit weer bovenop geknokt. En als je dan toch weer zo kort achter de grote kleppers eindigt, dan hoor je mij niet klagen. 
Zaterdag moest ik voor het eerst naar de dopingcontrole. Dan zit je daar in een kamertje met de dagwinnaar en de leider van het klassement. Ik vroeg aan Valverde of hij niet in paniek was geraakt toen wij met die grote groep waren weggereden. Hij keek me eens wat lacherig aan en zei: no stress, Johnny, no stress.
Wat ze altijd zeggen over die opdringerige supporters, daar heb ik geen last van gehad. Het geeft me zelfs een kick als je door zo’n smalle haag van gekke mensen kan rijden. Het zal wel anders zijn of je vooraan rijdt of een beetje tussenin. Ik heb er wel voordeel van gehad op de momenten dat ik slecht zat. Ik spreek maar weinig Spaans, maar empujar betekent duwen. Dat roep ik dus wel eens hè, als ik tegen zo’n berg oprijd. …Empujar, empujar… Kan nooit kwaad, een duwtje in de rug, ha, ha.

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel, Columns Johnny in vuelta, Ronde van Spanje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s