Oude bekende Noirmoutier-en-l’Ille

door René Schrier

Dat ene weggetje naar Noirmoutier zes jaar geleden in afwachting van de tijdrit.

Noirmoutier-en-l’ile, de startplaats van de Tour de France in 2011 komt Frits en mij zeer bekend voor. Zes jaar geleden liepen we er rond aan het eind van de tijdrit van Fromentine naar Noirmoutier. Een tijdrit van 19 kilometer door een gebied dat me – waarschijnlijk mijn Zeeuwse background – zeer aansprak.

Een rit die gewonnen werd door die prachtige Amerikaan David Zabriskie die vervolgens zijn gele trui in eeen valpartij verloor.

Ik dacht aan Normoutier en herinnerde me meteen dat er een erg smal weggetje naar dat schiereiland gaat. Dat wordt nog een lekkere puinhoop de dagen voorafgaand aan de eerste rit en vooral die dag zelf. Maar dat hoort er bij.

De plaatselijke oesterboeren laten zich zien. foto René SchrierSommige regio’s moeten jarenlang lobbyen om de Tour de France binnen te halen. Ik bedoel niets speciaal richting Zeeland hoor. Andere regio’s hebben het gewoon  voor elkaar. Neem nu het Franse departement de Vendée. Eens in de zes jaar komt de Tour de France daar. Dan weet je waar je aan toe bent.

Het begon zeventien jaar geleden allemaal met het afscheid van de carrière van  wielrenner Jean-René Bernaudau, afkomstig uit de streek en huidig manager van het team Bouygues Telécom. Die aanleiding werd aangegrepen om de Vendée aan te doen. Dat beviel de tourorganisatie zo goed dat er stilzwijgende afspraak werd gemaakt met het bestuur van het departement Vendée; iedere zes jaar komen we terug. Stilzwijgend, maaar wel tegen betaling.

De Vendée is de streek onder Nantes, grenzend aan de Atlantische oceaan. Vooral het kustgebied doet erg denken aan de Franse Camarque. Vlak moerasland waar zout wordt gewonnen. Bijna alles huisjes zijn wit, wat er vooral bij zonnig weer in combinatie met een blauwe lucht en zee schitterend uitzien. In tegenstelling tot de Camarque zijn er geen paarden en stieren. Maar daar staat weer tegenover dat er, bijna het hele jaar door, volop oesters en mosselen te krijgen zijn.

Het bezoek van de tour elf jaar geleden weten veel mensen zich nog te herinneren. De volgers van de tour hebben de Vendée van elf jaar geleden  nog steeds op hun netvlies vanwege het uitstekende vis, schaal- en schelpdierenbuffet dat hen tijdens een van de etappes werd voorgeschoteld. De renners herinneren zich op hun beurt nog maar al te goede de dramatische tocht over de glibberige Passage du Gois. Een kasseienweg die bij hoog water blank staat en waar tientallen renners onderuit gingen. Voor Alex Zülle en Michael Boogerd was de Tour toen al ten einde.

Hoe het ook zij, de Vendée vaart wel bij die regelmatige aandacht van de Tour de France. Het is goed voor de naamsbekendheid van de streek, het zet het gebied op de kaart en dat alles komt de economie ten goede. Zo redeneert in ieder geval het bestuur van het departement, de Conseil General. Dat trekt dan ook de kar als het er om gaat de Tour de France binnen te halen. En de Conseil General betaalt dan ook het leeuwendeel van de kosten die met dit fietsevenement gepaard gaan. Volgens Philippe Raimbaud, die het Tourproject voor de Vendée de laatste keer coördineerde, betaalt de Conseil General dat jaar één miljoen euro aan de organisatie van de Tour. Daar komen dan nog eens allerlei infrastructurele werkzaamheden bij, die voor een veilige en vlotte passage van rennners en publiek uitgevoerd moeten worden.

Voor de tijdrit naar Noirmoutier. foto René Schrier

De plaatsen waar de tour vertrekt komen er goedkoop vanaf. Zo vertelt burgemeester Benedict Rolland van Fromentine, waar de start van de proloog lag, dat zijn gemeente een budget van 60.000 euro beschikbaar had voor de Tour. Dat geld is vooral opgegaan aan festiviteiten rondom de start van de Tour. Wat het opbrengt is volgens hem moeilijk te meten. Het zit hem vooral in naamsbekendheid en hopen dat de wereld iets meeneemt van de televisiebeelden. Rolland: ,,De hele wereld kijkt. Het is pure reclame voor de streek.’’

Dat zegt ook Raimbaud. Hij wijst op het grote aantal televisiezenders dat beelden uit de Tour de France opneemt en de vele landen waarin die worden uitgezonden. Hij noemt het voorbeeld van de ploegenpresentatie in Challans. Zelfs tot in Japan werd het uitgezonden. Hij moet evenwel erkennen dat misschien niet iedere zender alles volledig heeft uitgezonden. ,,Misschien dat Eurosport het moment dat de fraaie toeristische beelden van de Vendée aan de beurt waren, aangegrepen heeft voor het uitzenden van reclamecommercials. Maar dat geeft niet. De naam van de Vendée is in ieder geval gevallen. Dat is al heel belangrijk.’’

Volgens Raimbaud is het effect van de Tour wel degelijk te meten en heeft onderzoek elf jaar geleden uitgewezen dat het toerisme na de Tour de France met 10 procent toenam. Daar komt bij dat de Vendée een boodschap uit wil dragen. Het is volgens hem in Frankrijk het tweede departement op het gebied van het toerisme. De Vendée wil echter niet bekend staan als het toeristisch onderdeurtje. Het wil blijk geven van een actief, sportief en bruisend imago. Daarom is de in Frankrijk erg bekende zeilwedstrijd de Vendée Globe ieder jaar. Die wordt ook wel de Mount Everest van het zeilen genoemd. Ook de doorkomt van de Tour de France past in het beeld dat de Vendée graag wil uitstralen. En oké, dat kost een paar centen, maar Raimbaud ziet er de zin wel van in.

Het bezoek van de Tour aan de streek is de gelegenheid om het eigen gebied te presenteren. De pers en allerlei andere genodigden worden getrakteerd op plaatselijke lekkernijen, lokale folklore en de mensen die niet door kunnen dringen tot de voor Tourvolgers afgeschermde ruimten kunnen terecht op een markt met plaatselijke producten op het plein voor het stadhuis. Daar presenteren wijnboeren, kippenfokkers, patéproducenten en worstendraaiers hun lekkernijen. Dus ook voor de mensen die niet zo veel ophebben met fietsers is er wat te beleven. De pers is daar niet te zien, dus uit het oogpunt van reclame voor de streek spelen deze regionale markten geen rol.

Dan hadden de oesterkwekers uit Fromentine het beter bekeken. Zij hadden zich een plaatsje weten te veroveren in het zogenaamde tourdorp, de VIP-ruimte voor tourvolgers en coureurs. Daar is de pers in het algemeen wel aanwezig en wie weet wat er ergens in de wereld nog blijft hangen van je product. Of zoals oesterkweker Michel Fradet zegt: ,,De Tour de France is een mooie vitrine om je product in uit te stallen. Wij willen laten zien dat onze streek ook oesters produceert, naast andere plaatsen in Frankrijk die misschien bekender zijn met hun schaal- en schelpdieren.’’

Hij en zijn  collega’s hadden honderden geopende oesters uitgestald op een vissersbootje zoals dat in de streek wordt gebruikt. Dat bootje ging nog bijna aan zijn eigen succes ten onder, want toen toenmalig-tourdirecteur Jean-Marie Leblanc het eerste tourdorp in Fromentine officieel opende stormde het publiek, officiële genodigden, pers en VIP’s, massaal op de oesters af om daar een graai naar te doen. Dat was niet de bedoeling van Fradet en de zijnen. Zij zouden de oesters één voor één presenteren, want ze voelden er weinig voor om binnen een half uur uitverkocht te zijn.

Veel folklore in kleine dorpjes. foto René Schrier

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Tour de France

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s