Fietstochtje tussen Rijn en Marne ontaardt in een soort Parijs-Roubaix

Frits Bakker

STRASBOURG – Ik was er nu toch, voor een vijfdaags biljarttoernooi, waarin duizenden euro’s te verdienen zijn, dus waarom zou ik de racefiets niet meenemen. Het is tenslotte een prachtige streek, waar ik neerstreek, in Schiltigheim vlakbij Strasbourg, met de Vogezen als achterland en lonkende fietspaden langs een kanaaltje tussen de Rijn en de Marne. En dat biljarten dan? Het begint pas om vijf uur, gisteren was de eerste dag, vanmiddag speelt Dick Jaspers voor het eerst. Ik had dus tijd van vanmorgen vroeg tot in de middag.

Maar wat is het me slecht bekomen. Ik vertrok heel optimistisch, had in mijn hotel voor het eerst (want na die operaties aan m’n knie was het er nog niet van gekomen) mijn benen geschoren, trok m’n korte koersbroek aan (dat was even schrikken van het lange litteken op m’n knie), een zomershirt en stapte goed gehumeurd op de fiets. Toch nog even zoeken om het kanaaltje te vinden, even de weg kwijtgeraakt in Strasbourg, maar allez, om half tien zat ik op de route.

Zonnetje, strakke lucht, met alleen in de verte een paar wolkjes, veel fietsers, die zich keurig aan de regels hielden, prachtige witte zwanen in het kanaal… Kortom, wat wil je nog meer op zo’n prachtige morgen. Ik had de wind schuin tegen en reed zo rond de 25 per uur. Want om eerlijk te zijn: de echte conditie is er nog niet, al trek ik er straks, nadat de Giro op 10 mei uit Nederland is vertrokken, voor een goeie week op uit om in Toscane met vier vrienden de pedalen te geselen in heuvelachtig gebied.

Maar hier, langs het Franse kanaaltje, moest ik alleen even op de trappers als er een bruggetje lag. ,,Potelet”, zag ik dan op de weg staan. Ik vroeg later aan een Franse vriend in het biljarten wat dat betekende. ,,Potelet is a little bit fat”, zei hij. Dus een klein beetje dik. Maar toen ik het hem uitlegde, zei hij dat het ook stond voor een kleine verhoging in de weg.

Ik had me voorgenomen om veertig kilometer heen en veertig kilometer terug te rijden. Maar hoe verder ik was, hoe dreigender de lucht eruit begon te zien. En in plaats van terug te keren, bleef ik toch maar doorgaan om de beoogde kilometers te halen. Totdat het na zo’n dertig kilometer plotseling begon te plenzen en ik snel een dorpje inreed om een plaatselijk café in te duiken.

,,Escherheim”, stond er op het bordje. Ik zag een klein kerkje, een knik in de weg, veel, typisch voor deze streek gekleurde huizen en eindelijk… het doprscafé waarnaar ik zocht.

,,Bonjour, monsieur, ce n’est pas bien pour faire le vélo”, zei de man achter de tap. Het was geen best weer, nee, om te fietsen, dat had ik zelf ook wel al gezien. Het hondje van de baas sprong tegen mijn bemodderde benen op, maar ik kreeg hem snel rustig door hem zachtjes toe te spreken: ,,Bonjour, mon ami.”

Ik bestelde een kleine koffie, keek af en toe eens zorgelijk naar buiten en zag dat het menens was. Het wordt vanmiddag pas weer droog, zei de kroegbaas, die zich meer bezighield met zijn PMU kantoortje, waarin in Frankrijk massaal wordt gegokt op de paardenrennen, dan met zijn tapperij. Maar goed, het was ook nog vroeg. De vroege bezoekers waren meer gokkers dan innemers.

Verbaasd hoorde ik dat de toch al wat oudere cafébaas ‘Where the streets have no name” van U2 zachtjes meezong. Ik zag vooral foto’s van plaatselijke coryfeeën uit de paardenraces hangen en zag in de krant, le Dernière Nouvelle d’Alsace, dat de UCI bezwaar bij het internationaal sporttribunaal CAS heeft gemaakt tegen het seponeren van de dopingzaak van Jan Ullrich door het Zwitsers olympisch comité. Ze zullen de Duitser ook nooit meer met rust laten, vrees ik.

Ik drink nog een kop koffie, verzamel al mijn moed en spring weer op de fiets. Het eerste wat ik merk, is dat mijn voorwiel aanloopt. Ik muggel wat aan de rem, zet het wiel nog eens goed op zijn plaats, maar krijg het er niet uit. Ik laat het maar zo, want de voorzitter van mijn fietsclub zegt altijd: ,,Daar word je sterk van.” En zo komt er nog een handicap bij, onderweg naar Strasbourg, in de kletsende regen, een racefiets die niet soepel loopt, mensen die me aankijken alsof ze me voor gek verklaren. Alsof ik op mijn leeftijd nog wil schitteren in een helletocht als Parijs-Roubaix.

Ik ben zelden zo gelukkig geweest dan toen ik de oprit naar mijn hotel opreed, even later onder een warme douche kon duiken en me verder alleen nog kon concentreren op het biljarten, in een prachtige, lekker verwarmde arena. Zelfs al krijg ik dan wel eens berichtjes van het thuisfront: ,,Zeker allemaal oudjes in de biljartzaal….?”

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel, Reportage, Wielersfeer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s