We waren gek van Anderlecht en van Eddy Merckx

Frits Bakker

Zestien waren wij, jongens van Jan de Wit, nog meer verliefd op de bal dan op de meiden en opgegroeid met een passie voor de wielersport. Met brommertjes trokken wij de grens over, op naar het Vlaamse land, in vliegende vaart over de beruchte kasseien.

We waren gek van Anderlecht en van Eddy Merckx. De muur van mijn slaapkamer hing vol met de elftalfoto’s van de Belgische kampioen, waarin sterren als Pol van Himst, Jef Jurion en Laurent Verbiest speelden. En we reden door weer en wind heel Vlaanderen door om in kermiskoersen de Flandriens uit die tijd aan te moedigen.

Mijn wieleridool Eddy Merckx in de gele trui, die later zou zeggen dat hij geen echte Flandrien was.

Ze zijn zo heroïsch in beeld gebracht, de helden van de vélo, zo rond de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, de Flandriens van vroeger en van nu. Ik moet bekennen dat de verhalen van Johan Museeuw en Tom Boonen me niet aanspreken vergeleken met die van Briek Schotte, Merckx, Walter Godefroot en Roger de Vlaeminck.

Ze zijn de eretitel van Flandriens niet waard, vind ik, omdat die Vlamingen van nu weliswaar een mooie carrière op de kasseien rijden (of hebben gereden), maar zichzelf en de kijkers uitputten met irritante verhalen.

Die sprint van Milaan-San Remo, Tom, was Freire gewoon veel sneller?

,,Ik kon zijn wiel wel houden, maar hij was net ietske rapper weg, anders had ik gewonnen.’’

Die solo van Fabian Cancellara, zondag in de Ronde van Vlaanderen, Tom, die was toch onnavolgbaar?

,,Ik was net zo sterk als Fabian, alleen op de Muur moet ik effekes een gaatje laten vallen, omdat de kramp in mijn benen sloeg.’’

Het is niet de taal die de Flandries van vroeger spraken. Briek Schotte, een man van het volk, was ook een fiere verliezer. En Eddy Merckx, mijn idool, had wel de bijnaam een kannibaal te zijn, zelden had hij zo’n misselijk excuus na een verloren sprint als de Museeuws en de Boonens van later.

Ik ben een Merckxiaan, ja, altijd gebleven. De beste en meest veelzijdige renner aller tijden verbaasde mij deze week door in een interview te zeggen: ,,Ik was geen echte Flandrien, omdat mijn voorkeur nooit is uitgegaan naar de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ik reed liever Luik-Bastenaken-Luik en Milaan-Sanremo, koersen waar het er eerlijker aan toeging.

Toch won hij twee keer de Ronde van Vlaanderen (1969 en 1975) en drie keer Parijs-Roubaix (1968, 1970 en 1973). Hij spreekt over de Parijs-Roubaix van 1970 als één van zijn mooiste overwinningen. Het was hondenweer die dag, de kannibaal was in zijn element en reed al zijn rivalen uit het wiel. In de finale wisselde hij nog drie keer van fiets. ,,Hij won met vijf minuten verschil, een groots moment in zijn carrière.’’

Voor de Zeeuwen, eigenlijk alleen verwend door de vroegere successen van Jo de Roo en Jan Raas, kwam er in die jaren een winnaar uit een onverwachte hoek. Eddy Merckx vertelt: ,,We gaven in de Ronde van Vlaanderen van 1974 te veel ruimte aan Kees Bal, die in de vorm van zijn leven was. De Belgen keken naar elkaar en wilden zich niet opofferen.’’ Kees Bal bleef vooruit en won zijn eerste en enige grote wedstrijd.

Ik ben benieuwd of Johnny Hoogerland morgen ook al staat zal zijn om de stoere mannen in de Hel van het Noorden bij te horen. Het karakter van een Flandrien heeft hij in elk geval, daar kan niemand meer aan twijfelen.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel, Klassiekers, Wielerhistorie, Wielersfeer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s