Toscane was voor de Giro niet zo mooi als Zeeland

door Frits Bakker

Daar sta je dan, na één dagje fietsen in Toscane, met de prachtige Batavus racefiets die ik vorig jaar van Johnny Hoogerland heb overgenomen, maar met de benen van een soldaat die van het front komt en in zijn benen is geschoten. ,,Veel te groot verzet voor deze bergen’’, grom ik aan het eind van een slopende eerste dag tegen de vier vrienden met wie ik achter de Giro aan naar Toscane ben gereisd.

We hebben een gecombineerde vakantieweek gepland in de buurt waar de Ronde van Italië zich beweegt na de glorieuze start in Nederland. Twee keer een finish van een etappe meemaken in Toscane, waaronder de heroïsche rit naar Montalcino, waar de renners in de laatste klim over een smerig grindweggetje worden gestuurd, één keer een start.

Fietsvriend Michiel de Pooter poseert aan de finish in Carrara met de rondemissen van de Giro. foto Frits Bakker

En tussendoor trekken wij er zelf op uit met vijf fietsers van mijn toerclubje uit Axel. Ik heb even gevreesd dat het weekje voor mij te vroeg zou komen, omdat ik eind vorig jaar na een val een behoorlijke operatie aan mijn bovenbeen moest ondergaan en in januari nog eens een stalen constructie uit het been moest laten verwijderen. Dat haal ik nooit, na zes weken gips en zo veel weken zonder trainen, heb ik vaak gedacht. Bovendien is klimmen toch al niet mijn specialiteit, ik ben meer een fietser voor een zwaar verzet, lekker in de wielen van onze kopmannen.

Maar goed, ik was er redelijk klaar voor, vond ik. Twee maanden aardig wat kilometers gemaakt, hoewel de Ronde van Italië met zijn doorkomsten in Nederland voor de sportredactie veel aangename tijd in beslag had genomen.

Ik wilde wel eens een vergelijking maken tussen de Giro in Nederland en in Italië, kijken of de sfeer, de entourage en de drukte net zoals in Nederland waren, waar de Italianen een grootse ontvangst kregen en de Giro niet onder moest doen voor de Tour de France.

Stefano Garzelli koestert de trofee na zijn overwinning op Kronplatz. foto Giro

,,Ik moet een ander verzet’’, riep ik na die eerste dag, want op de klimmetjes in Toscane, die zo’n zeven, acht kilometer lang waren met stijgingspercentages tot tien procent, kwam ik in de slijtageslag naar de top haast niet meer vooruit. We telden, toen we terug waren in onze stacaravan, de tandjes achteraan en trokken de conclusie dat het voor mijn benen te zwaar was.

Johnny Hoogerland had er weliswaar de hoogste bergen in de Ronde van Spanje mee bedwongen, alsof hij op een koffiemolentje het viaduct van de Vlakebrug over reed, bij mij zonk de moraal ver weg. Ik klim als vierde van de vijf naar boven en had de hele dag tegen de rug aangekeken van de jonge vrouw, die ik vorig jaar nog achter me hield.

Kortom: ik, die altijd zo goed tegen zijn verlies kan, had een slecht en sikkeneurig gevoel en wilde zo snel mogelijk naar een fietsenmaker in Toscane om een andere pion te laten steken, zoals dat heet. De 23 als kleinste verzet achteraan bleek te zwaar, ik wilde een 27 of 28. En dat hielp. De fietsenmaker, hoe kan het anders een aanbidder van Marco Pantani, hielp me aan een versnelling waarmee ik veel soepeler naar boven reed.

Ik kon genieten van de Toscaanse landschappen, van de geweldige vergezichten, de schilderachtige dorpjes onderweg, ook al was het weer in die eerste dagen niet om over naar huis te schrijven en daalde de regen soms met bakken op onze gekromde ruggen neer. ,,Het is hier slecht’’, belden we naar huis. Ja, dat zien we hier ook wel aan de Girobeelden, klonk het dan.

Het is desondanks een heerlijke week geworden: veel en lekker gegeten, bezoekjes aan historische steden als Florence, Siena en Lucca. En de Ronde van Italië? Het was mooi, druk, boeiend, bijvoorbeeld aan de aankomst van de etappe naar Montalcino, waar de renners als onherkenbare helden boven kwamen. Maar vergeleken met de etappes van Amsterdam naar Utrecht en van Amsterdam naar Middelburg stonden er lang niet zo veel toeschouwers langs de weg en was de roze gloed onderweg in de dorpjes veel minder spectaculair dan in Nederland.

Ik sprak er nog even vluchtig over met de Girodirecteur Angelo Zomegnan aan de finish in Carrara. Hij glunderde breeduit bij de verhalen over Amsterdam, Utrecht en Zeeland. ,,Het zal hier ook nog wel veel meer gaan leven als we straks in de bergen komen’’, verzekerde hij.

Ik moest denken aan zijn woorden toen ik, weer thuis in Zeeland, de reportage zag van de helse klim naar de Monte Zoncolan. Op de flanken van de beruchte Dolomietenreus stonden inderdaad duizenden toeschouwers. ,,We schatten het op 50.000’’, schreef de Italiaanse sportkrant Gazetta dello Sport de andere dag trots. En wij dan, dacht ik, wij dan met de etappe naar Middelburg, waar op die onvergetelijke maandag 75.000 mensen naar de etappe kwamen kijken. Mogen we dat als Zeeuwen niet als een historisch hoogtepunt van onze sportgeschiedenis beschouwen?

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actueel, Giro, Ronde van Italie, Ronde van Italie in Zeeland, Wielersfeer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s