Het is weer criteriumtijd

 De ene dag wereldberoemd op de Champs-Elysées, een dag later weggestopt in de kleedruimte van sporthal ’t Hoogkoor in Boxmeer. De wielercriteriums – dorpsfeesten rond een wielerwedstrijd – zijn begonnen en Andy Schleck, de nieuwe jonge held van de Tour de France, spaart zich niet.
Gisteravond 25 rondjes in Boxmeer, straks in Stiphout, later deze week in Sint-Niklaas, dan Draai van de Kaai in Roosendaal en op 3 augustus de koers rond de kerk van Surhuisterveen. Het is nog te overzien voor de publiekslieveling uit Luxemburg.

Dertig jaar geleden, had Schleck in minder dan vier weken misschien wel 25 criteriums kunnen afwerken. Wim van Rooijen, in 1980 de grondlegger van de Profronde van Tiel (dertien edities, inmiddels van de kalender verdwenen), heeft wel een verklaring voor het verdwijnen van zo veel ‘na-de-Tourcriteriums’. „Wij begonnen in 1980, gedreven ook door de winst van Joop Zoetemelk in de Tour. Een topbezetting voor betrekkelijk weinig geld. Johan van der Velde, destijds nationaal kampioen, kwam voor duizend gulden (450 euro, red.).” Het werd, zegt Van Rooijen, allemaal anders toen Greg Lemond de Tour de France op zijn naam schreef. Lemond (winnaar van de Ronde van Frankrijk in 1986, 1989 en 1990, red.) was een Amerikaan met een zakelijk instinct. Hij dwong hoge startgelden af voor zichzelf en zijn ploegmaten en betere financiële contracten bij wielersponsoren. „Met de komst van Lemond veranderde alles in het professionele wielrennen. Veel organisatoren konden die startgelden niet opbrengen, met als gevolg dat hun koersen van de kalender verdwenen.” Voor de acht profrondes die er nog zijn, is de invulling van het deelnemersveld dit jaar een lastige klus geworden. De budgetten zijn kleiner, vedettes zijn niet meer te betalen, en elke ronde wil toch een ‘trui’. De managers van de profrenners hebben de buit moeten verdelen: Tourwinnaar Contador alleen in Stiphout, Gesink in de Acht van Chaam. Naar Denis Mentsjov, nummer drie van de Tour, is maar weinig vraag.
Boxmeer toonde zich gisteravond verguld met de nummer twee, maar grote afwezige was toch Robert Gesink, de Raborenner die zesde werd en nu al te boek staat als de grootste renner sinds Breukink. „Zijn manager dreef het startgeld te ver op. Het gaat om vele duizenden euro’s en daar doen wij niet aan mee. Als we dat wel zouden doen, moeten we andere renners weigeren”, aldus Ad Rijnen van de Boxmeerse ronde. Rijnen heeft jaren gekend dat alle grote namen van de Tour daags na de aankomst in Parijs in Boxmeer handtekeningen uitdelend aan de start stonden: Armstrong, Ullrich, Zabel, Bugno en verder terug Chiappucci, Merckx en Zoetemelk en natuurlijk alle Nederlandse kopmannen zoals Boogerd, Dekker, Knaven en Van Poppel.
De overwinningen zullen de komende weken keurig verdeeld worden. Over doorgestoken kaarten mag weliswaar niet gesproken worden, feit is wel dat de outsider in bloedvorm in Boxmeer gisteravond geen schijn van kans maakte. Wielrenner Bram Tankink, ook een graag geziene vedette, legde het onlangs nog eens uit: „Een bekende renner wint altijd. Een bekende renner is namelijk een goede renner die fors wordt betaald en voor dat geld wil de organisatie wat terug zien. Hij moet dus wel winnen.”

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Tour de France

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s